Terug naar de bedoeling toch...

De Woningwet is in 2015 ingrijpend herzien en heeft nader inkleuring gekregen in BTIV en RTIV. De Veegwet (vanaf 1 juli 2017) en diverse interpretaties van met name de Autoriteit wonen (Aw) completeren het geheel. Als sluitstuk dienen corporaties hun statuten uiterlijk op 1 januari 2019 te hebben aangepast.

Met de Wet c.a. zijn de volgende doelen beoogd:

 

  1. Terug naar de kerntaak
  2. Versterken positie gemeenten en huurders(organisaties)
  3. Beschermen maatschappelijk bestemd vermogen
  4. Voorkomen marktverstoring
  5. Verbeteren van governance en toezicht
  6. Wettelijke basis bieden aan woningcorporaties

 

Nog korter gezegd gaat het om borgen van de kerntaak met overheidssturing en inzet van burgerkracht.

 

Tal van geboden gaven de afgelopen jaren richting aan het functioneren van woningcorporaties in de praktijk, onder het wakend oog van de Aw. Op papier, of digitaal vastgelegd, lijkt het meeste na vele inspanningen nu wel op orde, zelfs voor wat betreft de (administratieve) afsplitsing van de commerciële activiteiten (Niet-DAEB). Maar keer op keer komen wijzigingen in dat wat gebruikelijk leek te worden, aan de orde. Aan de waarderingsvoorschriften en de voortdurende wijzigingen evenals verslaggevingsverplichtingen lijkt maar geen einde te komen. Wie leest de steeds omvangrijker en complexer geworden jaarverslagen nog?; een omvang van 140 pagina’s of meer, is eerder regel dan uitzondering. En wat te zeggen over visitatierapporten die, terugkijkend, al snel meer dan 80 pagina’s omvatten? De beloofde administratieve lastenverlichting ligt met zo te noemen publieke governance nog in een ver verschiet.

Vast staat voorts dat de woningmarkt welhaast geheel op slot zit. Tal van acties lopen om dat vlot te trekken maar echte resultaten vergen sowieso veel tijd; bouwen, bouwen en nog eens bouwen is nu het adagium, maar hoe snel is dat te bewerkstelligen naast die enorme uitdaging op het gebied van verduurzaming? Waar de Aw vaststelt dat sectoraal beschouwd corporaties collectief gewenste label B in 2021 kunnen bekostigen concludeert het WSW dat 128 corporaties (zo’n 40% van de sector) daar niet toe in staat zijn! Laat staan wat een dergelijke conclusie betekent voor de transitie naar een gasloos tijdperk vanaf 2050 of eerder. Hangt de sector een onderlinge verevening boven het hoofd?

 

Wat het zwaarst weegt is in hoeverre de (toekomstige) huurders er nu en voor de toekomst beter mee af zijn? Het gaat om zo goed mogelijk passende huisvesting (kwaliteit) voor een huur (prijs) die, zo nodig met ‘een toeslag in relatie tot het inkomen’ in welke vorm dan ook, betaalbaar is en tevens de kosten (gedefinieerd als doelmatig gebrachte offers) voor de woningcorporatie dekt. Eerst dan bestaat ook voor de corporatie een gezonde basis om in continuïteit de huisvestingsrol met alles wat daar direct verband mee houdt te kunnen vervullen, over maatschappelijk verantwoord ondernemen gesproken. Corporaties zien zelf ook uit naar een zo goed mogelijke klantbediening met een in aantal voldoende aanbod van woningen met een passende kwaliteit.

Deze invalshoeken zijn nu het meest gediend met een zekere stabiliteit in de regelgeving en de uitvoering daarvan; terug naar waar corporaties voor zijn bedoeld moet het uitgangspunt zijn. Het wordt dan ook tijd dat de sector weer vertrouwen krijgt de bedoelde taken zo goed mogelijk te verrichten. Het is te hopen dat de evaluatie van de Wet ook de marktordening terdege beziet, naar doelgroepen van beleid gekoppeld met inkomen en naar huurprijsbegrenzingen met aan de bovenkant ook de klasse van de middenhuur.

 

De evaluatie van de Wet, waarvan de bevindingen eind 2018 worden verwacht, logischerwijs tegen de achtergrond van de hiervoor genoemde doelen focust op de doeltreffendheid en effecten van de herziening van de spelregels en betrekt daarin niet alleen de woningcorporaties maar ook de gemeenten en huurders(organisaties).

Het is goed dat Aedes en VTW daarin vanuit de belangenbehartiging een rol spelen.

De rolvervulling van gemeenten en huurders ligt wellicht complexer. Bij veel gemeenten is de belangstelling voor volkshuisvesting en wonen achterop komen te lopen, ook op grond van doorgevoerde bezuiniging. Daarnaast wordt veel van de gemeentelijke aandacht door alles wat met het sociale domein en de bekostiging daarvan te maken heeft opgezogen. Dit is overigens een wat merkwaardige constatering aangezien het sociale domein een logisch raakvlak heeft met wonen in het algemeen en huisvestingsvraagstukken in bijzonder. Een inwoner kan immers ook een huidige of toekomstige bewoner zijn en daarin zouden gemeenten en corporaties feitelijk ‘natuurlijke partners’ moeten zijn.

In het kielzog van de gemeenten hebben met de Wet ook huurders(organisaties) een meer prominente rol in relatie tot de corporaties gekregen. Het is nog vaak een uitdaging om die rol actief met oog voor de diverse doelgroepen (naar inkomen, gezinssamenstelling, culturele achtergrond, leeftijd, fysieke en geestelijke gesteldheid) en betrokken op de corporatie als geheel in te vullen. Voor corporaties zelf en voor de evaluatie als zodanig lijkt het een uitdaging huurders vanuit het werkveld zelf te betrekken.

Een partij die bij de evaluatie niet mag worden vergeten zijn de controlerend accountants. Hun werk is vanwege de Wet vergaand beïnvloed met navenant gevolg voor de ingediende declaraties.

 

Hoe het ook zij is het in het licht van de evaluatie goed om een degelijk inzicht in de regels te hebben, ieder vanuit zijn eigen rol. De uitgave ‘De woningcorporatie in een nieuwe werkelijkheid; van regels tot uitvoering’ is daarvoor buitengewoon dienstbaar. Op toegankelijke wijze komt daarin de bedoeling van de Wet (inclusief de Veegwet) met BTIV en RTIV tot uitdrukking; in een afzonderlijk hoofdstuk komt de huurder aan bod. Een begrippenlijst en trefwoordenregister versterken de bruikbaarheid van deze uitgave.


Spel met meerwaarde

De relatie tussen de RvC, het bestuur en de externe accountant

Auteurs: Ben Spelbos & Hans Vark

De relatie tussen de RvC van een woningcorporatie en de externe accountant is van cruciaal belang voor goed intern toezicht. De feitelijke werkzaamheden van de accountant zijn daar een belangrijk onderdeel van.
De selectie van de accountant door de RvC en het opdrachtgeverschap daarna, vraagt ook om een goede relatie tussen RvC, bestuur en accountant. En ook een goede relatie tussen bestuur en accountant, is voorwaarde voor een goede controle door de accountant.

Uitgangspunt van het functioneren van de accountant is de toepasselijke wet- en regelgeving, op basis waarvan hij of zij een oordeel geeft over de financiële verantwoording van een woningcorporatie. Daarnaast is het wenselijk dat de accountant door de RvC en het bestuur wordt uitgedaagd – en ook autonoom de behoefte voelt – om ‘voorbij de cijfers te kijken’. Wat wordt naast de formele controlewerkzaamheden nog meer waargenomen? Wat valt op? Wat kan beter?

Door een bredere taakopvatting kan de accountant aanzienlijke meerwaarde leveren. De RvC en het bestuur moeten de accountant dan wel de ruimte bieden om invulling te geven aan zijn of haar signalerende en waarschuwende rol. Dan levert de accountant meer dan alleen de verklaring die kan worden “afgevinkt”.

In deze handreiking geven de auteurs inzicht in wat van een controlerend accountant verwacht kan worden, maar vooral hoe de RvC meer ‘uit de accountant kan halen’ ten voordele van de corporatie. Naast de formele aspecten van de relatie tussen de RvC, het bestuur en de accountant, komen ook de informele, ‘zachte’ kanten aan de orde.

De VTW biedt met deze handreiking en de daarin opgenomen aanbevelingen, handvatten om het opdrachtgeverschap van de RvC richting de accountant steviger in te vullen.

Albert Kerssies, directeur VTW
Guido van Woerkom, voorzitter VTW

spel-met-meerwaarde.jpg

'De woningcorporatie in een nieuwe werkelijkheid: van regels tot uitvoering'; tweede herziene druk

Op 30 maart jl. kreeg Kees van Nieuwamerongen, directeur van de Autoriteit wonen, het eerste exemplaar van de tweede druk van de auteur Hans van Vark uitgereikt. Dit boek biedt context waarin corporaties zich kunnen en mogen bewegen door de Woningwet, het Besluit en de Regeling en gaat in op doelen, bedoeling en taken van corporaties.

Zo'n driekwart jaar na de eerste druk al een nieuwe versie? Ja, inderdaad en met reden. De regelgever is na de inwerkingtreding van de Woningwet per 1 juli 2015 niet stil gaan zitten. Met de Veegwet en het Veegbesluit zijn een aantal correcties doorgevoerd en is het gebruikelijke werkterrein van de corporaties op punten hersteld dan wel uitgebreid. Voorbeelden daarvan zijn beheer voor derden, het verlenen van diensten in het kader van huisvesten van vergunninghouders en het verstrekken van collegiale leningen. Met het geactualiseerde 'Handboek modelmatig waarderen marktwaarde' valt een zekere verschuiving naar de waardering zoals die in de vastgoedsector te doen gebruikelijk is waar te nemen.

Het beoordelingskader scheiden DAEB/ Niet-DAEB heeft een plaats gekregen met consequenties voor de verslaglegging in nieuwe modellen voor de balans, winst- en verliesrekening en het kasstroomoverzicht. Ten slotte is het perspectief van de klant nu in een afzonderlijk hoofdstuk belicht.

Waar Albert Kerssies, directeur van de VTW, het voorwoord bij de eerste druk verzorgde, nam Kees van Nieuwamerongen dat bij de tweede druk voor zijn rekening. Uiteraard gaat hij daarbij in op consequenties van de Wet- en regelgeving voor het externe toezicht in relatie tot intern toezicht, bestuur en uitvoering. Dóór de regelgeving heen kijken, de doelen en risico's voor ogen houden en met open vizier bewaken zijn opdrachten voor alle betrokkenen. Dit naslagwerk is daartoe onontbeerlijk.

Maart 2017

Meer informatie over het boek of bestellen

woningcorporatie-in-een-nieuwe-werkelijkheid.jpg woningcorporatie-in-een-nieuwe-werkelijkheid-overhandiging.jpg

De woningcorporatie in een nieuwe werkelijkheid.

Vanaf 1 juli 2015 is de corporatiesector geconfronteerd met zeer sterk gewijzigde regelgeving, waarbij de overheid kiest voor stevige sturing van de activiteiten van woningcorporaties. Deze nieuwe Woningwet, Besluit en Regeling bevatten een grote verzameling van bepalingen, verwijzingen en verplichtingen. Een dik pakket dat zich moeilijk laat lezen, terwijl een goed inzicht in deze complexe spelregels noodzakelijk is om actief in en met de volkshuisvesting te acteren.

Om dit inzicht te verschaffen heeft Hans van Vark de uitgave ‘De woningcorporatie in een nieuwe werkelijkheid: van regels tot uitvoering’ geschreven, welke context biedt waarin corporaties zich kunnen en mogen bewegen door de woningwet. Het boek gaat in op de doelen, bedoeling en taken van corporaties in het kader van deze wet en in heldere en begrijpelijke taal worden lezers meegenomen door de verschillende wettelijke bepalingen, verwijzingen en voetnoten. Heldere schema’s en kaders ondersteunen de tekst, zodat lezers in een oogopslag kan zien hoe de verbanden tussen de verschillende bepalingen en uitwerkingen zijn. Duidelijk wordt welke nieuwe spelregels van belang zijn, wat hun impact is op de interne organisatie en hoe dit zich verhoudt ten opzichte van het interne en externe toezicht.

Op 1 juli j.l. is het eerste exemplaar van het boek uitgereikt aan Albert Kerssies, directeur van de vereniging van toezichthouders in woningcorporaties. De heer Kerssies heeft tevens het voorwoord van het boek geschreven en zei over de inhoud:

“Dit boek biedt een compleet overzicht van de wet in normale taal, zonder echt saai te worden. Het is geschreven in begrijpelijke taal, voor iedereen die te maken heeft met de Woningwet en werkzaam is in de corporatiesector. Het is naast een mooi naleesboek ook een prima stuk ‘gereedschap’ die helpt bij het begrijpen en goed toepassen van deze wet. Na het lezen van dit boek weet je heel goed wat de Woningwet voor gevolgen heeft voor de corporatie en hoe je deze in de praktijk moet en kunt toepassen ook in relatie tot het externe toezicht.”

Ook verschillende anderen waren zeer te spreken over het boek en zeiden daarover:

“Voordat je verdwaalt in alle wetteksten zal dit boek een mooi spoorboekje zijn en vind je snel wat je zoekt. Ik kan mij voorstellen dat de minister 150 exemplaren van dit boek bestelt voor de leden van de Tweede Kamer en in een aanbiedingsbrief schrijft: ‘Kijk, dit bedoelde ik nou echt, ik zou willen dat ik het zo helder had opgeschreven!’”
– Arjan Deutekom, directeur Woningstichting GoedeSted.

“Het boek geeft op een complete en logische wijze weer wat er allemaal in de regelgeving is opgenomen en welke acties er worden verwacht van de corporatie.”
– Ben Spelbos, voorzitter auditcommissie RvC van Woningstichting Portaal en Intermaris.

“Het boek is een noodzakelijk iets geworden voor elke bij een woningcorporatie verantwoordelijk functionaris. Geen stof om naast je bed op het nachtkastje te leggen, maar wel om bij de hand te houden om te beseffen waar het in de nieuwe regelgeving om draait,” – Jan van der Moolen, adviseur, visitator en commissaris

Meer informatie

woningcorporatie-in-een-nieuwe-werkelijkheid-2015.jpg woningcorporatie-in-een-nieuwe-werkelijkheid-2015-overhandiging.png

Professioneel intern toezicht met de auditcommissie

De auditcommissie vervult een belangrijke rol binnen de RvC / RvT van een toegelaten instelling. Toch krijgt deze commissie niet altijd de aandacht die het verdient. De VTW vindt het echter van belang om de auditcommissie nog eens onder de aandacht van onze leden te brengen. Daarom heeft de VTW aan auteurs Hans van Vark en Ben Spelbos gevraagd een handreiking te schrijven over de rol van de auditcommissie.

De publicatie 'Professioneel intern toezicht met de auditcommissie' is een praktische gids voor de RvC's / RvT's over de samenstelling, taken en verantwoordelijkheden van de auditcommissie en hoe het intern toezicht hiermee om dient te gaan. Aan het einde doen de auteurs een aantal nuttige aanbevelingen. De publicatie sluit uiteraard aan op de eisen en bepalingen in de Woningwet, die op 1 julie 2015 in werking is getreden.

Wij wensen u veel leerzaam leesplezier toe.

Heino van Essen, voorzitter
Albert Kerssies, directeur

professioneel-intern-toezicht-met-de-auditcommissie.jpg

Van inzicht in naar toezicht op het financieel beleid bij woningcorporaties

Deze publicatie behandelt het toezicht op het financieel beleid bij woningcorporaties en de rol en betekenis daarvan in de praktijk. De publicatie verscheen eerder in 2008. Deze versie is geactualiseerd naar de recente ontwikkelingen waaronder de Woningwet die op 1 juli 2015 in werking mis getreden.

Zonder een gedegen financieel beleid kan een toegelaten instelling niet blijven functioneren en kan haar maatschappelijke opdracht niet goed uitvoeren. Hoe houdt u daar toezicht op als commissaris? Wat dient u te weten? Deze publicatie doet u een handreiking om uw functie beter te kunnen uitoefenen.

De auteurs geven vanuit hun jarenlange ervaring en expertise een gedegen overzicht van de rol van de commissaris, de verhouding tussen de externe toezichthouder en de Raad en de financiële systemen en hoe te controleren en de risico’s te beheersen. Daarmee heeft u bagage in huis voor uw werk als toezichthouder in de corporatiesector, zowel in het toepassen van de regels alsook in houding en gedrag.

Wij wensen u veel leesplezier toe.

Heino van Essen, voorzitter
Albert Kerssies, directeur

van-inzicht-in-naar-toezicht-op-het-financieel-beleid-bij-woningcorporaties.jpg

De relatie tussen de Raad van Commissarissen, het Bestuur en de externe accountant: spel met meerwaarde (2013).

De verhouding tussen de Raad van Commissarissen (van een woningcorporatie) en de externe accountant is van cruciaal belang voor goed intern toezicht. De feitelijke werkzaamheden van de accountant -die immers werkt in opdracht van de Raad van Commissarissen- zijn daar een belangrijk onderdeel van.Uitgangspunt van het functioneren van de accountant is de toepasselijke wet- en regelgeving op basis waarvan een oordeel over de financiële verantwoording van de woningcorporatie wordt gegeven.

Zeker in het huidige tijdsbestek -waarin zowel de toezichthouders als de accountants kritisch worden beoordeeld- is het wenselijk dat de accountant wordt uitgedaagd -en ook autonoom de behoefte voelt- om ‘achter de cijfers te kijken’. Wat wordt naast de formele controlewerkzaamheden nog meer waargenomen? Wat valt op? Wat kan beter?

Door een bredere taakopvatting kan de accountant aanzienlijke meerwaarde opleveren, indien de overige actoren binnen de organisatie hiertoe de ruimte bieden.

Ben Spelbos en Hans van Vark geven in deze publicatie inzicht in wat van een controlerend accountant mag worden verwacht en vooral hoe er meer uit de accountant kan worden gehaald. Naast de formele aspecten komen dan ook de informele ‘zachte’ kanten aan de orde.

De VTW verwacht dat dit boekje de nodige aanknopingspunten biedt om het opdrachtgeverschap van de RvC richting accountant en bestuurder verder aan te scherpen.

Heino van Essen, voorzitter VTW
Albert Kerssies, directeur VTW

publicatie-2013-van-vark.png

Kolsloot magazine (2010)

Focus, en prioriteer de activiteiten naar nut en noodzaak, de kosten die daarmee gepaard gaan en de opbrengsten die kunnen worden gerealiseerd”. Volgens interim-manager Hans van Vark is dit wat er moet gebeuren in de financieel lastige tijden waarin de corporatiesector zich bevindt. Hans (registeraccoun-tant) heeft jarenlange ervaring als interim-manager binnen de corporatie-, zorg- en overheidssector.Woningcorporaties hebben, net als andere bedrijven, te maken met externe factoren die van invloed zijn op de financiële positie. Actuele voorbeelden voor woning-corporaties zijn de fiscale maatregelen van de overheid, de stagnatie van de verkoop en de Europese wetgeving. Daar valt weinig aan te veranderen. De vraag is, hoe gaan we er mee om? Er moet een vertaalslag naar de bedrijfsvoering worden gemaakt waarbij naar een (nieuwe) balans tussen de activiteiten, de kosten en de opbrengsten moet worden gezocht. Corporaties zullen meer terug moeten naar de basis van hun bestaan.

Dat is ook de richting die de overheid steeds meer voorstaat. Het directe gevolg hiervan is dat corporaties hun bedrijfsvoering moeten doorlichten en vervolgens toespitsen op de veranderde omstandigheden.Voor beheer en ontwikkeling is het van belang om het strategisch voorraadbeleid op orde te hebben. Hieruit moeten keuzes worden gemaakt en worden gefocust op de hoofdactiviteit. Daarbij is value for money niet alleen voor de klant maar evenzeer voor de corporatie van belang. Bij de te maken keuzes speelt maatvoering dan ook zeker een rol. Houd overzicht en treed vanuit eigen kracht naar buiten om ook de balans in de relatie met de overheid te herstellen. Dat vereist moed, transparantie, meer eenheid in de sector en open communicatie. De financiële positie van zelfs corporaties staat onder druk. Pijnloze oplossingen zijn niet zomaar voorhanden. Door een goede vertaalslag naar de bedrijfsvoering met gepaste focus valt echter al veel te behalen.

Bron: relatiemagazine van Kolsloot Kadmos B.V., nr 5 april 2010.

aangenaam.jpg

Dianet is het waard om voor te vechten (2009)

Het gaat steeds beter met Dianet, 2008 wordt zeker ‘een aardig jaar’, zegt Hans van Vark. Eind december vertrekt hij als interim-financieel directeur. Hans heeft er dan een klus van 9 maanden opzitten. “Ik hoop een goed fundament voor mijn opvolger achter te laten.”

Het waren boeiende maanden, vindt Hans. Er werd een aantal mooie resultaten geboekt. Zo kon hij sturing geven aan enkele nieuwe, verbeterde, afspraken met contractziekenhuizen. Op dit moment zijn we in een afrondend stadium van de daarbij behorende contracten. Ook met de verzekeraars werden gesprekken gevoerd. “Dat heeft ons aan de inkomstenkant goede resultaten opgeleverd. ‘Wie betaalt, bepaalt’ is een bekende uitdrukking. Maar als je goede argumenten hebt, is men bereid te luisteren. Dan kun je extra geld verdienen. Vooral als de prestaties goed zijn. En dat zijn ze.”

Hans van Vark…’de klant is afhankelijk van zorg, maar de zorg is ook afhankelijk van de klant’...

Alles heeft een prijskaartje

Hans, van origine registeraccountant, is niet het type financieel manager dat de hele dag in zijn kamer naar cijfers kijkt. “Noem het ‘management by walking around’. Ik moet weten waar het over gaat, wat we hier voor activiteiten uitvoeren. Aan alles hangt een prijskaartje. Het is mede mijn taak om te kijken of het doelmatiger kan. Iemand gezond houden kost geld en iemand moet dat betalen. Wat het mag kosten, is een nieuw spelletje in de zorg. Een DBC is in feite je verkoopprijs. Maar hoe bepaal je die? Wat heb je daar allemaal bij nodig? Binnen de managementinfo die we bij Dianet hanteren heb ik een nieuw kengetal geïntroduceerd: het aantal dialyses dat wij doen per fte (volledige baan). Prijs maal hoeveelheid. Dat helpt ons aan inzicht omtrent het al dan niet goed bezig zijn. Niet alleen op de zorgafdelingen, maar ook logistiek bijvoorbeeld. Een slimme en slanke organisatie, daar werkt Dianet aan.”

Samenhang zien

In rap tempo vervolgend: “De verzakelijking van onze dienstverlening is een feit. Of we dat nu leuk vinden of niet. De klant is afhankelijk van zorg, maar de zorg is ook afhankelijk van de klant. Professionals moet je dus ook bewust maken van economisch doelmatig handelen. Wie in staat is om samenhang te zien, kan kostenbewust werken in de zorg. Privé kan iedereen dat, zo moeilijk is het niet. Vind je iets te duur dan koop je het niet, of ergens anders. Of later.” Heeft Hans, nog wat algemene, nuttige wenken voor de organisatie? Die heeft hij. Niet in hokjes denken en je problemen over de schutting gooien. Beter nog is die schuttingen af te breken. Niet verkokerd werken en alleen je eigen dingetje doen. En, belangrijk: kritiek als zakelijk zien, niet als persoonlijk. Dat is soms lastig, realiseert hij zich. Hans van Vark: “Er is geen heden zonder verleden. Dianet heeft een moeilijke periode achter zich. Maar de organisatie komt steeds meer in balans en is het waard om voor te vechten. Ik zal dat, zij het na 1 januari op afstand, zeker blijven volgen.”

hans-van-vark.jpg

Commissaris bij een woningcorporatie: Toezicht op het financieel beleid (oktober 2008).

De auteurs Jan van der Moolen, Gerard Erents en Hans van Vark signaleren bij toezichthouders een grote behoefte aan bepaalde basiskennis over hoe financiële systemen bij een woningcorporatie in elkaar zitten, aan inzicht hoe het interne en externe toezicht functioneren en wellicht van elkaar kunnen leren en profiteren en aan kennis over instrumenten die de interne toezichthouder heeft dan wel zou moeten hebben om zijn of haar rol als commissaris goed in te vullen.

Deze publicatie biedt een meer praktische invalshoek en gaat in op alle financiële aspecten van de bedrijfsvoering bij woningcorporaties die onderdeel vormen van de basiskennis waar elke commissaris bij een corporatie over moet beschikken.


Interim-manager Trias Woondiensten (2005/2006)

Interim-managers organiseren bij binnenkomst hun eigen vertrek

‘Je begint bij het begin en met het eind voor ogen'

Hans van Vark is via Interlink interim-manager bij Trias Woondiensten Lisse. Vorig jaar kwam de corporatie in het nieuws vanwege fraude. Er volgde een roerige tijd, maar nu klimt ze weer uit het diepe dal omhoog. Hoe opereert een interim-manager in zo’n situatie?

‘Zonder verleden is er geen heden, zegt Hans van Vark, ‘maar we gaan nu weer van het heden naar de toekomst.’ Daarmee wil hij zeggen dat het boek over fraude gesloten is en dat de corporatie zich weer richt op de toekomst. ‘Er is geknokt voor projecten die de corporatie een basis en kracht voor de toekomst geven.’

Van boekhouding naar crisismanagement

’Ik ben bij Trias Woondiensten begonnen als interim-manager Financiën en Control en werkte vanuit de filosofie dat cijfers alleen een uitkomst zijn. Het gaat er mij om wat er aan die uitkomsten ten grondslag ligt.’ In deze tijd stond de corporatie onder curatele van een door de miníster aangestelde externe toezichthouder. ‘De schade moest worden beperkt en er moest een basis gelegd worden voor de continuïteit van de activiteiten van de corporatie. Een kolfje naar mijn hand. Ik heb een plan van aanpak gemaakt om de organisatie weer gezond te maken; een organisatorische en financiële herstructurering waren noodzakelijk. Speerpunt was het inventariseren en beheersen van de risico’s van de vele projecten. Dat is een multidisciplinaire activiteit geweest, waarbij ik veelvuldig met juristen, fiscalisten en accountants geschakeld heb.’ ‘Mijn rol is gaandeweg uitgebreid. En met Pieter Smeijer, de algemeen directeur a.i. die ook het reorganisatieplan en het daarop volgende traject vorm heeft gegeven, is en wordt nauw samengewerkt. Dat houdt ook het nemen van niet populaire maatregelen in.’

Krachtenveld

Op 1 november 2005 trok de minister de externe toezichthouder terug. Er ontstond weer vertrouwen in de sturing, beheersing en verantwoording van de corporatie. ‘Een positief bericht uit het krachtenveld waarin we ons als corporatie bevinden. Dit krachtenveld bestaat verder uit onze leden aan wie we ons moeten verantwoorden, de medewerkers die vertrouwen moeten hebben in de nieuw ingeslagen weg, en de huurdersbelangenvereniging waarvoor we ons best blijven doen een goede prijs-prestatieverhouding te leveren.’

Betrokken en verantwoordelijk

Met het bericht van het ministerie, het plan, het reorganisatietraject en het nieuwe corporate-governancebeleid, klimt de corporatie nu uit het diepe dal omhoog. Een nieuwe organisatie wordt opgetuigd. De corporatie betrekt een nieuw kantoorpand dat de eenheid van de organisatie en de communicatie bevordert. Ook wordt nieuw management aangetrokken dat de organisatie zal moeten vervolmaken. ‘Als interim-manager ben ik bij binnenkomst al bezig met het organiseren van mijn eigen vertrek. Je begint bij het begin en met het eind voor ogen.’

bron: relatiemagazine van Interlink, uitgave i-mail nr. 14 maart 2006.

hans-trias-woondiensten.jpg